Hoofdpagina Blog Artikelen Geweld tegenover vrouwen – wat zegt de islamitische wetgeving?

Geweld tegenover vrouwen – wat zegt de islamitische wetgeving?

Huiselijk geweld

Islamitisch standpunt over huiselijk geweld

Een op drie vrouwen zal in de loop van haar leven worden mishandeld door een levensgezel, door iemand die ze vertrouwt. Deze schokkende cijfers slaan op alle rassen, godsdiensten en nationaliteiten. Welke rol kan religie dan spelen in het goedpraten of verbieden van huiselijk geweld?

Enerzijds gebruiken daders verdraaide interpretaties van religieuze teksten en misbruiken ze hun heilige schriften als een excuus om anderen zowel fysiek als mentaal te mishandelen. Religieuze gemeenschappen en leiders kunnen helpen bij de bewustmaking rond de schade die dit aanricht en de ontoelaatbaarheid van huiselijk geweld, en ze kunnen steun verlenen aan de slachtoffers.

De eerste en belangrijkste stap in die richting houdt in dat we die teksten zelf aan het woord laten en op die manier aantonen hoe dubieus de beweringen zijn dat dit gedrag geoorloofd zou zijn. Een korte bevraging bij islamitische geleerden over partnergeweld in een huwelijk toont aan dat ze huiselijk geweld klaar en duidelijk verwerpen en dat ze de foute interpretaties van koranverzen die worden aangevoerd om het wel toe te staan eensgezind verwerpen.

Hedendaagse geleerden hebben bovendien duidelijk verklaard dat het kwetsen van je huwelijkspartner – zij het emotioneel of lichamelijk – strikt verboden is. Deze verhandeling biedt een overzicht van al deze opinies en interpretaties en zal zo bewijzen dat huiselijk geweld in de Islam verboden is.

Een kijk op de islamitische wetgeving

Voor we in de nuances rond het islamitische verbod op huiselijk geweld duiken, is het belangrijk even een stap terug te zetten om het algemene kader, waarbinnen wetten en regels voor de moslimgemeenschap worden opgelegd, te begrijpen. In de premoderne periode was er nog geen sprake van natiestaten en regeringen. Zowel de islamitische wet als de samenleving draaiden op zelfbestuur.

Hoewel er reeds vroeg in de islamitische geschiedenis sprake is van heersers en koninkrijken, voerden de plaatselijke gemeenschappen hoofdzakelijk een eigen beleid. De heersers hadden nauwelijks invloed op de manier waarop de wetten in de praktijk werden toegepast. Daarom stelde elke gemeenschap, zij het een stadswijk of een dorp, juridische experts aan om de regelgeving voor hun samenleving vast te leggen op basis van hun eigen individuele rechtsmethodologie.

Door deze manier van redeneren en met de nodige aandacht voor de tekst waren de geleerden in staat om wettelijke normen vast te leggen. In tegenstelling tot de moderne wetgeving, die controle en discipline wil opleggen in het hele land, had de islamitische wetgeving tot doel rust te brengen in het dagelijkse leven van elk individu en in zijn of haar interactie met anderen.

Zo werd de fundamentele dynamiek in moslimlanden er een waarbij geleerden wetten maakten die het individu aanmoedigden om in elke situatie te doen wat zij als correct beschouwden, terwijl de staat de macht had om individuen die deze grenzen overschreden te bestraffen.

Religieuze bronnen

De geleerden ontwikkelden twee hoofdlijnen in de manier waarop ze de Koran begrepen. De eerste houdt in dat de Koran intra-tekstueel wordt verklaard, wat betekent dat het ene koranvers het andere kan verduidelijken. De tweede manier houdt in dat de Koran wordt geïnterpreteerd aan de hand van het voorbeeld van de Profeet (vrede en zegeningen zijn met hem), die door zijn echtgenote de “wandelende Koran” werd genoemd.

Aan de hand van deze twee methodes in de hermeneutiek, kunnen we nu onze bronnen raadplegen om na te gaan hoe de Islam consequent huiselijk geweld veroordeelt.

De kerngedachte van het handjevol koranverzen die de ideale relatie tussen man en vrouw bespreken, vinden we in dit vers:

“En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij voor jullie van jullie eigen soort echtgenotes heeft geschapen. opdat jullie rust bij haar vinden. En Hij bracht tussen jullie (echtparen) liefde en genade. Waarlijk, dat zijn zeker Tekenen voor mensen die nadenken.” [Edele Koran 30:21]

Bovendien beveelt God de mannen in een ander vers:

“… En leef eerbaar met hen.” [Edele Koran 4:19]

Andere verzen dreigen dan weer met Gods bestraffing wanneer mannen hun vrouwen kwaad willen doen of effectief een overtreding begaan tegenover hun vrouw:

“… En houdt hen niet vast met de bedoeling hen te kwellen, waarmee jullie zouden overtreden. En iedereen die dat doet, heeft zichzelf kwaad aangedaan.” [Edele Koran 2:231]

Dan zijn er ook nog verzen die de complementaire aard van het huwelijk erkennen, door de echtgenoten te beschrijven als elkaars kleding:

“… Zij zijn (als) kleding voor jullie en jullie zijn (als) kleding voor hen…” [Edele Koran 2:187]

en door de gelovigen eraan te herinneren dat mannen en vrouwen elkaar moeten beschermen:

“De gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn bondgenoten van elkaar, …” [Edele Koran 9:71]

Deze verzen bepalen de norm en het denkpatroon van liefde, medeleven en wederkerigheid in een huwelijk.

Wat betreft het voorbeeld van de Profeet ﷺ, dat elke gelovige moet navolgen, werd door zijn echtgenote overgeleverd dat:

de Boodschapper van God, vrede en zegeningen zijn met hem, nooit een dienaar of een vrouw heeft geslagen, en dat hij nooit iets met zijn hand heeft geslagen.

Er werd ook overgeleverd dat Profeet Muhammad ﷺ heeft gezegd:

“EEN EERBARE MAN BEHANDELT ZIJN VROUWEN OP EEN EERVOLLE EN RESPECTVOLLE MANIER, EN ALLEEN EEN VERACHTELIJK MENS BEHANDELT VROUWEN SLECHT.”

Andere Hadieths, of overleveringen, brengen het verhaal van een metgezel van de Profeet ﷺ die aan de Boodschapper vroeg: “Wat zeg je (als advies) over onze vrouwen?” waarop de Profeet ﷺ antwoordde:

“DEEL MET HEN HETZELFDE VOEDSEL DAT JIJ EET, KLEED HEN ZOALS JE JEZELF KLEEDT EN SLA ZE NIET EN SCHELD ZE NIET UIT.”

Bovendien  benadrukte de Profeet ﷺ de absurditeit van huiselijk geweld toen hij verkondigde:

“ZOU IEMAND VAN JULLIE ZIJN VROUW SLAAN ZOALS HIJ EEN SLAAF SLAAT, EN DAN AAN HET EINDE VAN DE DAG MET HAAR SLAPEN?!”

Er zijn nog talloze andere overleveringen die de afkeer van Profeet Muhammad ﷺ tegenover huiselijk geweld illustreren.

Zo is er een voorval waarbij de vrouw van al-Walid ibn Uqbah over haar man kwam klagen bij de Profeet ﷺ:

“Boodschapper van God, al-Walid heeft me geslagen!” De Boodschapper ﷺ reageerde: “Zeg hem: de Profeet heeft me beschermd.” Het duurde niet lang voor ze terugkeerde en zei: “Hij gaf me enkel nog meer slaag!” Daarop scheurde de Profeet ﷺ een stuk van zijn kleding (als bewijs voor zijn bescherming) en zei: “Zeg hem: Waarlijk, de Boodschapper van God heeft me beschermd.” Kort daarna kwam ze terug en zei: “Hij heeft me enkel nog meer slaag gegeven!” Nu hier de Profeet ﷺ zijn handen en zei: “O God, nu moet U al-Walid aanpakken, want hij heeft nu al twee keer tegen mij gezondigd.”

Een andere keer verleende de Profeet ﷺ actieve steun aan een slachtoffer van huiselijk geweld – Habiba bint Sahl, de vrouw van Thabit bin Qay en de buurvrouw van Profeet Muhammad ﷺ – door haar te helpen een einde te maken aan dat gewelddadige huwelijk. Toen Thabit Habiba sloeg, kwam ze naar het huis van de Profeet Muhammad ﷺ. Nadat ze hem over haar situatie had verteld, zei ze:

“Thabit en ik kunnen niet getrouwd blijven.”

Daarop riep de Profeet ﷺ Thabit bij zich, regelde met hem de financiële kant en zorgde ervoor dat Habiba veilig kon terugkeren naar haar familie. Bovendien nam Profeet Muhammad ﷺ ook proactieve maatregelen om te vermijden dat vrouwen zouden huwen met gewelddadige mannen.

Zo werd er overgeleverd dat de Profeet ﷺ Fatima bint Qays benaderde om te vragen of ze klaar was om te huwen. Ze had aanzoeken gekregen van Mu’awiyah, Abu Jahm en Usama ibn Zayd. Om haar te helpen de juiste keuze te maken, gaf de Profeet ﷺ haar deze raad: “Mu’awiyah is een arme man, zonder geld (dus hij kan onvoldoende voor je zorgen). Abu Jahm is iemand die de gewoonte heeft vrouwen te slaan. Ik raad je (dus) aan te trouwen met Usama.”

Het “controversiële” vers

Ondanks de aangeboren afkeer van de Profeet ﷺ voor het kwetsen van vrouwen, zijn er pogingen ondernomen om een specifiek vers van de Koran (Edele Koran 4:34) te gebruiken om huiselijk geweld goed te praten. Uiteindelijk ontstond er door een foutieve lezing van dat ene vers binnen de Islam onenigheid rond het thema van huiselijk geweld. Dit vers stelt dat een man, wanneer zijn vrouw zich opvallend of uitdagend gedraagt, drie stappen moet ondernemen om de situatie aan te pakken. Allereerst moet hij haar mondeling wijzen op haar fout en moet hij haar corrigeren. Wanneer dat niet helpt, moet hij “haar bed verlaten” als een teken van zijn afkeuring en wanneer ook dat niets uithaalt is er de laatste oplossing. Die wordt vertaald als het toebrengen van een symbolische tik (daraba, al te vaak vertaald als “slaan”). Je kan stellen dat dit meerstappenplan werd ingevoerd als een manier om de opkomende woede van de man te temperen door de man te helpen kalmeren, zodat hij niet in een opwelling zijn vrouw kwaad zou doen.

Bij een eerste lezing van dit vers voelen heel wat lezers frustratie, omdat dit vers lijkt toe te staan dat een man zijn vrouw slaat. Geleerden hebben leken dan ook afgeraden om zonder begeleiding juridische antwoorden te zoeken in de Koran, aangezien een goed begrip van de tekst de interpretatie van een expert en inzicht in de context vereist.

De meeste leerscholen in de Islam zijn het erover eens dat koranverzen slechts correct kunnen worden begrepen als ze worden gelezen tegen de achtergrond van andere koranverzen, van het voorbeeld van de Profeet ﷺ en van de interpretaties en juridische conclusies van de elite onder de geleerden. Het waren de geleerden van elke samenleving die bepaalden hoe dit vers moest worden begrepen, maar ook wat de mogelijke gevolgen zouden zijn indien een echtgenoot op welke manier dan ook zijn vrouw onrecht zou aandoen, zij het lichamelijk of mentaal.

Eigenlijk deelde de meerderheid van de geleerden de aversie van de Profeet ﷺ tegenover geweld en troffen ze maatregelen om paal en perk te stellen aan de betekenis van daraba of “lichamelijke straf” in vers 4:34.

Volgens ‘Ata ibn Abi Rabah (+ 732 NC), de beroemde mekkaanse jurist uit de eerste jaren, verwijst daraba helemaal niet naar slaan maar is het een symbolisch gebaar om uiting te geven aan iemands boosheid. Met grote stelligheid verklaarde hij:

Een man slaat zijn vrouw niet.

Al-Darimi (+ 869 NC), een vooraanstaande vroeg-perzische geleerde en leermeester van Bukhari en Muslim (de twee meeste gekende verzamelaars van overleveringen over de Profeet ﷺ), wijdde onder de titel “Het verbod om vrouwen te slaan” een heel hoofdstuk aan Hadieths (overleveringen over de Profeet ﷺ) die huiselijk geweld aanklagen.

Sommige geleerden gingen zelfs zo ver dat ze de betrouwbaarheid van overleveringen die lijken toe te staan dat een man zijn vrouw slaat in twijfel trokken. Ibn Hajar, een geleerde die wordt beschouwd als de middeleeuwse Hadieth-meester, stelde dat ondanks de schijnbare betekenis van het koranvers het voorbeeld van de Profeet ﷺ zelf voldoende bewijst dat het verwerpelijk is je vrouw te slaan.

De negentiende-eeuwse Syrische jurist Ibn Abidin heeft bovendien verklaard dat elk kwaad dat sporen nalaat op de vrouw leidt tot een fysieke bestraffing voor de echtgenoot.

Hedendaagse geleerden

Bij het ingaan van de twintigste eeuw namen de geleerden zelfs een nog strikter standpunt aangaande huiselijk geweld in.

De Marokkaanse rechtsgeleerde al-Mahdi al-Wazzani (+ 1923 NC) ging in zijn juridisch overzicht verder dan alle anderen, toen hij verschillende vormen van kwaad tegenover een echtgenote opsomde nadat hij de limieten en consequenties voor de echtgenoot had beschreven. Al-Wazzani concentreerde zich niet alleen op fysiek misbruik, maar had ook aandacht voor religieus en seksueel kwaad dat een man zijn vrouw kan aandoen. Hij maakte het bovendien mogelijk dat rechters tussenbeide komen in een relatie wanneer de vrouw klacht indient. Als op haar lichaam sporen van het kwaad zichtbaar waren, of wanneer ze twee getuigen kon voorleggen van wat er was gebeurd, werd de echtgenoot schuldig verklaard aan mishandeling. Ofwel kreeg hij dan een vermaning, maar hij kon zelfs opgesloten worden in de gevangenis, afhankelijk van de ernst van de mishandeling. Bovendien kreeg de echtgenote de mogelijkheid om de scheiding aan te vragen, waarbij haar bruidsschat volledig werd uitbetaald.

Het is interessant op te merken dat al-Wazzani de opvatting van Ibn Harith, een geleerde die de echtgenote bij haar getuigenis minder vrijheid biedt, afwijst als de opinie van een minderheid die het standpunt van de meerderheid van de geleerden tegenspreekt. Daarentegen prijst hij het standpunt van al-Sanhuri (+ 1606 NC), die stelt dat het zelfs niet toegestaan is een vrouw te slaan wanneer dat de enige manier lijkt te zijn om een einde te maken aan haar balorigheid.

Het is belangrijk deze juridische ontwikkelingen van al-Wazzani te erkennen, omdat hij heeft gepoogd binnen de traditie te werken aan een wettelijke norm voor het verbod op huiselijk geweld.

Zo heeft ook de Iraakse geleerde Abdulkarim Zaydan (+ 2014 NC) nadrukkelijk gesteld dat het haraam (verboden) is voor een man om zijn vrouw kwaad te doen, omdat het in tegenspraak is met de wettelijke verplichting van de man om op een vriendelijke manier met zijn echtgenote samen te leven. Iemand kwaad doen, voegt hij daaraan toe, is een vorm van verdrukking en God haat verdrukking en heeft ze verboden. Daarna verklaart hij:

Als het verboden is iemand schade toe te brengen, dan geldt dit des te meer voor het kwaad dat een man zijn vrouw aandoet, want de wet heeft de man de verantwoordelijkheid gegeven om voor zijn vrouw te zorgen en vriendelijk met haar samen te leven.

Verder legt hij dan Koranverzen voor die verbieden een vrouw kwaad te doen, al helemaal tijdens een echtscheidingsproces, aangezien dat een periode is waarin mannen wel eens uit frustratie uithalen naar hun vrouw. Zaydan verklaart verder nog dat het ook mishandeling van de vrouw is wanneer de echtgenoot zijn vrouw emotioneel chanteert door met echtscheiding te dreigen.

Het verbod om een vrouw kwaad te berokken slaat zowel op tastbare als abstracte schade.

Volgens Zaydan blijkt dit uit de overlevering van de Profeet ﷺ, die vertelt dat hij verbood dat iemand zijn vrouw uitscheldt of publiek vernedert.

Gerechtelijke documenten

Ibn Ashur (+ 1973 NC), een vroegmoderne Tunesische geleerde, zag vers 4:34 als een juridische gids voor de gezagsdrager (m.a.w. de staat) en stelde dat het niet de taak van de echtgenoot is om op te treden tegen een weerspannige echtgenote, aangezien iemand die boos is moeilijk zijn zelfbeheersing kan bewaren.

De realiteit is dat doorheen de geschiedenis gevallen van huiselijk geweld werden voorgelegd aan geleerden, of aan de gerechtelijke autoriteiten die bevoegd waren om de nodige beperkingen op te leggen ter bescherming van de echtgenote.

De laatste decennia zien we een toenemende academische interesse voor de rol van de vrouwen in de verschillende islamitische rechtssystemen. Wat veel van deze documenten en analyses uiteindelijk bewijzen is dat moslimvrouwen een actieve rol hebben gespeeld in het bepleiten van hun bekommernissen en dat ze het merendeel van die problemen ook hebben opgelost.

“In the House of the Law (In het huis van de wet)” van Judith Tucker was een van de eerste van deze werken. De auteur onderzoekt daarin de juridische opinies van zeventiende- en achttiende-eeuwse juristen in het Ottomaanse rijk, in Syrië en Palestina, om inzicht te krijgen in de gender-dynamiek van die samenlevingen. Haar inspanningen zijn een afspiegeling van de populaire trend onder islamitische rechtsgeleerden, om aan te tonen dat de islamitische wetgeving flexibel genoeg is om zich aan wijzigende omstandigheden aan te passen. Tucker komt vooral tot de conclusie dat de juristen en rechtbanken, ondanks de patriarchale aard van de islamitische wetgeving, er naar hebben gestreefd om het welzijn van de gemeenschap te bevorderen en dat ze daarom de rechten van de vrouw hebben verdedigd, vooral in geval van fysieke of emotionele schade.

Documenten van bijvoorbeeld Ottomaanse rechtbanken in het Aleppo van de zeventiende eeuw oordeelden in meerdere gevallen in het voordeel van de mishandelde vrouwen. In één zo’n zaak getuigde de klaagster, Fatima, voor de rechtbank dat haar echtgenoot haar voortdurend kwaad deed en haar zelfs eens tot bloedens toe had verwond. Haar bewering werd door vijf getuigen bevestigd. De rechtbank sprak zich uit tegen de echtgenoot en liet hem straffen. In een ander voorbeeld werd aan de vooraanstaande Ottomaanse jurist Abu al-Saud gevraagd wat er zou gebeuren wanneer een man zijn vrouw op meerdere manieren kwetste. Hij antwoordde dat de rechter met alle beschikbare middelen moet voorkomen dat de vrouw iets overkomt.

Besluit

Ibn al-Qayyim (+ 1350 NC), een prominente middeleeuwse geleerde, heeft verklaard:

De godsdienst in haar geheel is rechtvaardigheid, erbarmen, voorspoed en wijsheid. Daarom kan niets dat dit tegenspreekt en uitmondt in onrecht, wreedheid, schade of onzin beweren deel uit te maken van de godsdienst, ongeacht welke pogingen er worden ondernomen om het zo te interpreteren.

Wanneer we het huwelijksmodel in de Islam bespreken en pogen te begrijpen is het dan ook belangrijk dit holistisch te benaderen, met een alomvattende lezing van zowel de Koran, als de overleveringen van de Profeet ﷺ en de bronnen van de geleerden.

Deze grondige aanpak stelt ons in staat ons te scharen aan de zijde van de meerderheid van de geleerden, die ontkennen dat fysieke straffen toegestaan zouden zijn en die de mannen wettelijk aansprakelijk stellen voor hun misdaden tegenover hun echtgenotes.

We besluiten met de woorden van de twaalfde-eeuwse geleerde Ibn al-Jawzi:

Als dreigen om iemand te slaan niet helpt, dan zal echt slaan ook niets uithalen.
Toon andere gerelateerde artikelen
Geen reacties meer mogelijk

Bekijk ook

De diepzeeën en interne golven in de Koran 

De duisternis in de diepzeeën Allah heeft in de Koran over de zeeën gezegd: “Of (de …