Hoofdpagina Vragen Allah Waarom laat God het kwade toe?

Waarom laat God het kwade toe?

Waarom heeft God het kwade geschapen

Het islamitische standpunt aangaande het kwade, wat betreft de beproevingen en tegenslagen in ons leven, is enorm bevrijdend. De Islam ziet namelijk tegenslagen, rampen en tragedies – alle vormen van lijden en moeilijkheden – als door God gezonden opgaven. Dit leven is niet bedoeld als een groot feest. We werden juist geschapen met een nobel doel: om God te vereren. Beproevingen maken een onvermijdelijk deel uit van die doelstelling. Ze herinneren ons aan ons hogere doel, ze vormen een middel om ons te zuiveren en om dichter bij God te komen. Beproevingen zijn eigenlijk een teken van Gods liefde. Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zijn met hem) heeft zelfs gezegd:

“Wanneer God van een dienaar houdt, dan stelt Hij hem op de proef.” (Tirmidhi)

Waarom test God mensen van wie Hij houdt? Beproevingen en tegenslagen geven toegang tot de Goddelijke Genade. Ze zijn een manier om het eeuwige geluk van het Paradijs te verwerven. God maakt dit duidelijk wanneer Hij in de Koran zegt:

“Denken jullie dat jullie het Paradijs zullen binnengaan, terwijl het gelijke dat tot degenen kwam die voor jullie zijn heengegaan nog niet tot jullie is gekomen?
Rampen en tegenspoed troffen hen en zij werden zó geschokt dat de Boodschapper en degenen die met hem geloofden zeiden: ‘Wanneer komt de hulp van Allah?’  Weet: Voorwaar, de hulp van Allah is nabij.” [Edele Koran 2:214]

Het mooie hieraan is dat God ons heeft voorzien van alle nodige middelen om deze beproevingen goed te doorstaan. Inderdaad:

“Allah belast niemand (zwaarder) dan volgens zijn vermogen.” [Edele Koran 2:286]

Over het algemeen is elk kwaad of lijden dat we meemaken in dit leven een uitzondering, niet de regel. Ziekte is van relatief korte duur vergeleken met de duur van onze gezondheid, net als aardbevingen in verhouding tot hoe lang de aarde al bestaat. Bovendien betekent het feit dat we de achterliggende wijsheid van iets wat ons overkomt niet kunnen vatten nog niet dat er ook effectief geen wijsheid in schuilt. In sommige gevallen ontwikkelen we bijvoorbeeld immuniteit door bepaalde ziektes. Aardbevingen nemen de druk weg die zich onder het aardoppervlak heeft opgebouwd. Vulkanen spuwen mineralen uit waardoor de grond vruchtbaar wordt, en beter geschikt voor landbouw.

Er is een oude wijsheid die stelt: “Uit het gif van de slang haal je het tegengif.” Hoe kunnen we de goede tijden waarderen wanneer we niet eerst ook tegenslag hebben ondervonden? Zou het mogelijk zijn een goede gezondheid te waarderen als er geen ziekte bestond? Abdal Hakim Murad stelt het zo:

“Het kwaad in de wereld is zoals de schaduwplekken in een schilderij. Als je dichterbij komt, zal je ze als gebreken zien. Neem je echter wat afstand, dan ontdek je dat die schaduwplekken nodig zijn en een esthetische functie vervullen in het kunstwerk.” (Islamic Theology vs. the Problem of Evil – De Islamitische Theologie tegenover het Probleem van het Kwaad – door Abdal Hakim Murad)

Sceptici kunnen al hun aandacht richten op het negatieve en beweren dat kwaad en lijden geen hoger doel vervullen. Moslims daarentegen geloven dat beproevingen en tegenslagen juist onmisbaar zijn om hun uiteindelijke doel te bereiken. De Koran benadrukt dit door te zeggen:

“Degene Die de dood en het leven heeft geschapen om jullie te beproeven, (en te tonen) wie van jullie de beste daden verricht. En Hij is de Almachtige, de Vergevingsgezinde.” [Edele Koran 67:2]

In sommige godsdiensten wordt iemands goede status in deze wereld gezien als een aanwijzing dat God tevreden is over hem of haar. Wanneer iemand bijvoorbeeld een goede job of een mooi huis heeft, wordt er gesuggereerd dat dit betekent dat God van hem of haar houdt. In de Islam zijn gezondheid, rijkdom, armoede, ziekte, enzovoort echter geen tekenen van succes of falen. Ze zijn middelen om die persoon op de proef te stellen en te weten te komen hoe hij of zij op een bepaalde situatie reageert.

Verkeerde veronderstellingen

We kunnen het vele kwaad en lijden in de wereld niet ontkennen. Ieder van ons moet zich juist afvragen hoe we het leven voor de mensheid vrediger kunnen maken. Sommigen stellen dat het bestaan van al dat kwaad en lijden Gods bestaan ondergraaft. Maar, alle emoties terzijde: is dit een overtuigend argument?

Je kan deze redenering als volgt samenvatten:

“Ik kan niet geloven dat een goede, almachtige God bestaat als ik al het kwaad en lijden in de wereld zie.”

In zijn logische vorm:

  • Een goede almachtige God bestaat
  • Kwaad en lijden bestaan
  • Dus een goede almachtige God bestaat niet

Een elementaire les in logica laat ons inzien dat dit argument geen correcte deductieve redenering is: het besluit is geen noodzakelijk gevolg van de twee voorgaande stellingen. Het besluit kan hooguit misschien waar zijn. Het is dus een argument op basis van niets meer dan een mogelijkheid. Het argument op basis van het bestaan van kwaad in de wereld is erg zwak, omdat het uitgaat van twee belangrijke maar foutieve veronderstellingen:

  • God is enkel goed en almachtig
  • God heeft ons geen redenen gegeven waarom Hij het bestaan van kwaad en lijden toestaat

Is God enkel goed en almachtig?

Het argument dat vertrekt vanuit het bestaan van het kwaad geeft een vervormd beeld van het islamitische concept van God. Hij is niet alleen maar goed en almachtig. God heeft juist vele namen en kenmerken, en elk daarvan moet holistisch worden begrepen. Eén van Zijn namen is bijvoorbeeld “de Wijze”. Aangezien de aard van God zelf wijs is, volgt daaruit dat alles wat Hij wil en bepaalt in overeenstemming is met die wijsheid. Als er wijsheid in iets schuilt, dan heeft het zin. Het typische antwoord van sceptici is dan:

“Waarom moet Hij ons dan op zulke verschrikkelijke manieren testen?”

Deze reactie wijst op een vertekende kijk op het islamitische standpunt en begaat de grove vergissing te redeneren zonder kennis. Je kan namelijk niet gewoon stellen dat er geen wijsheid in iets schuilt omdat jij die wijsheid niet snapt. Deze manier van redeneren is die van peuters. Heel wat kleintjes worden door hun ouders terechtgewezen voor iets dat ze willen doen. Wanneer ze willen drinken van dat blinkend bruin-gouden goedje dat we whisky noemen, krijgen peuters wel eens een huilbui of een woedeaanval  als je ze dat verbiedt. Aan die leeftijd begrijpen ze de wijsheid achter dat verbod nog niet.

De Koran gebruikt diepzinnige verhalen om dit inzicht in te prenten in de geest van zijn lezers.

Kijk maar naar het verhaal van Mozes en Al-Khidr:

“Toen vonden zij een dienaar van onder Onze dienaren aan wie Wij Barmhartigheid van Onze Zijde gegeven hadden, en Wij hadden hem van Onze Zijde kennis bijgebracht.

Moesa zei tot hem: ‘Mag ik jou volgen, opdat jij mij onderwijst wat aan jou van de kennis geleerd is?’
Hij zei: ‘Voorwaar, jij zult nooit in staat zijn geduld met mij te hebben. En hoe kan jij geduld hebben met wat jouw begrip niet omvat?’
Hij (Moesa) zei: ‘Jij zult merken dat ik, indien Allah het wil, een geduldige ben en ik zal jou in geen opdracht ongehoorzaam zijn.’ Hij zei: ‘Als jij mij volgt, stel mij dan geen vraag over iets vóór ik jou er de uitleg van vertel.’

Zo gingen zij verder tot zij aan boord van de boot gingen en hij er een gat in maakte. Hij (Moesa) zei: ‘Maakte jij er een gat in om de opvarenden ervan te doen verdrinken? Voorzeker, jij hebt iets raars gedaan!’
Hij zei: ‘Heb ik jou niet gezegd: Voorwaar, jij bent niet in staat om geduld met mij te hebben?’
Hij (Moesa) zei: ‘Neem mij niet kwalijk wat ik vergeten ben, en belast mij niet in mijn zaak met moeilijkheden.’

Zo gingen zij verder, totdat zij een jongeling ontmoetten en hij hem doodde. Hij (Moesa) zei: ‘Doodde jij een onschuldige ziel zonder recht? Voorzeker, jij hebt iets vreemds gedaan!’
Hij zei: ‘Heb ik jou dan niet gezegd dat jij nooit in staat zal zijn geduld met mij te hebben?’
Hij (Moesa) zei: ‘Als ik jou hierna over iets vraag, laat mij jou dan niet vergezellen, jij hebt van mijn kant waarlijk al een verontschuldiging gekregen.’

Zo gingen zij verder, totdat zij enkele bewoners uit een stad ontmoetten en ze haar bewoners om voedsel vroegen. Maar die weigerden hun gastvrijheid te verlenen.
Toen vonden zij daar een muur die dreigde in te storten, maar hij zette die weer recht. Hij (Moesa) zei: ‘Als jij gewild had, zou jij hiervoor zeker een vergoeding kunnen aannemen.’
Hij zei: ‘Dit is de scheiding tussen mij en jou. Ik zal jou op de hoogte brengen van de uitleg van hetgeen waarmee jij niet in staat was geduld te hebben.

Wat betreft de boot: hij was van arme mensen, die op zee werkten, en ik wilde hem onbruikbaar maken, want na hen kwam een koning, die elke boot met geweld zou nemen.

Wat betreft de jongen: zijn ouders waren gelovigen, maar wij vreesden dat hij hen tot dwaling en ongeloof zou dwingen. Daarom wilden wij dat hun Heer hem voor hen ruilde voor een betere zoon dan hem, reiner en meer nabij in genegenheid.

En wat betreft de muur: die behoorde toe aan twee jongelingen die wees waren in de stad en eronder lag een schat die bestemd was voor hen, en hun vader was een oprechte man geweest. Daarom wenste jouw Heer dat zij hun volwassen leeftijd bereikten en (dan) hun schat er uit haalden, als Barmhartigheid van jouw Heer.

En ik deed het niet uit mijn eigen wil; dat is de uitleg over hetgeen waarmee jij niet in staat was geduld te hebben’.” [Edele Koran 18:65-82]

In zijn commentaar op de bovenstaande verzen legt Ibn Kathir, de klassieke geleerde in Koranexegese, uit dat Al-Khidr degene was die van God kennis had gekregen over die zaken. Die kennis had Hij niet aan Mozes gegeven. Over de uitspraak

“Voorwaar, jij zult nooit in staat zijn geduld met mij te hebben”

schrijft Ibn Kathir dat dit betekent:
“Je zal niet in staat zijn me te vergezellen wanneer je me dingen ziet doen die tegen jouw wet ingaan, omdat ik kennis van Allah bezit die Hij niet aan jou heeft geleerd, en omdat jij kennis hebt van Allah die Hij niet aan mij heeft geleerd.” (Tafsir Ibn Kathir)

In essentie komt het er op neer dat Gods wijsheid en kennis onbeperkt en volledig zijn, terwijl wij als mensen er slechts delen van bezitten. Met andere woorden, onze wijsheid en kennis zijn beperkt. Daarom verklaart Ibn Kathir dat het vers

“En hoe kan jij geduld hebben met wat jouw begrip niet omvat?”

betekent: “Want ik weet dat je me terecht zult aanklagen. Maar ik heb kennis van Allah’s wijsheid en van de verborgen belangen die ik kan zien, en jij niet.” (Tafsir Ibn Kathir)

Het inzicht dat alles wat gebeurt in overeenstemming is met Gods wijsheid werkt bevrijdend en positief. Dat is omdat Gods wijsheid niet de andere aspecten van Zijn aard tegenspreekt, zoals Zijn volmaaktheid en Zijn goedheid. Daarom maakt alle kwaad en lijden uiteindelijk deel uit van een ruimer Goddelijk plan. Dit roept positieve psychologische reacties op bij gelovigen, omdat uiteindelijk alle kwaad en lijden een doel dient dat zowel wijs als goed is. De veertiende-eeuwse klassieke geleerde Ibn Taymiyya vat dit punt als volgt samen:

“Als God – verheven is Hij – de Schepper van alles is, dan schept Hij goed en kwaad vanuit de wijze doelstelling die Hij voor ogen heeft. Op grond daarvan is wat Hij doet goed en volmaakt.” (Minhaj As-Sunnah 3:142/2:25)

Heeft God ons geen redenen voor het bestaan van het kwade gegeven?

Een afdoend antwoord op de tweede veronderstelling is dat we een sterk argument aanvoeren dat God goede redenen heeft om lijden en kwaad in de wereld toe te laten. De intellectuele rijkdom van de islamitische theologie levert ons vele redenen, waaronder:

Het belangrijkste doel van de mens is niet om een voorbijgaand gevoel van geluk te genieten, maar om diepe innerlijke rust te bereiken door God te kennen en te aanbidden. Deze vervulling van het Goddelijke Doel zal leiden tot eeuwige vreugde en geluk. Wanneer we dit tot ons belangrijkste doel maken, worden andere aspecten van onze ervaring als mens secundair. God verkondigt:

“En Ik heb de Djinns en de mens slechts geschapen om Mij te dienen.” [Edele Koran 51:56]

Zoals eerder vermeld, heeft God ons geschapen om ons te testen. Een onvermijdelijk onderdeel daarvan is dat we op de proef worden gesteld met lijden en kwaad. De Koran stelt:

“(Allah is) Degene Die de dood en het leven heeft geschapen om jullie te beproeven, (en te tonen) wie van jullie de beste daden verricht. En Hij is de Almachtige, de Vergevingsgezinde.” [Edele Koran 67:2]

Dat we tegenslagen en lijden ondervinden maakt ons bewust van Gods kenmerken, zoals “de Overwinnaar” en “de Genezer”. We kunnen zonder de pijn en het lijden van het ziek zijn nooit Gods eigenschap als “Genezer” ten volle waarderen. God kennen is een groter goed en is het waard om daarvoor pijn te doorstaan. Het betekent namelijk dat we op die manier ons hoofddoel bereiken.

Lijden maakt ook het goede ‘van de tweede orde’ mogelijk. Goed ‘van de eerste orde’ is fysiek genot en geluk,. Kwaad van de eerste orde is fysieke pijn en verdriet. Goed ‘van de tweede orde’ is verheven goedheid, zoals moed. Moed wordt pas gewaardeerd in de aanwezigheid van lafheid.

God heeft ons de vrijheid gegeven om keuzes te maken. Die vrijheid houdt in dat we voor boosaardige daden kunnen kiezen. Dit verklaart persoonlijk kwaad, het kwaad of lijden dat wordt begaan of veroorzaakt door een mens. Dan kan je de vraag stellen waarom God ons die keuze tussen goed en kwaad geeft, terwijl Hij ervoor had kunnen zorgen dat we altijd het goede doen.

Het probleem hier is dat goed en kwaad hun betekenis zouden verliezen als God er altijd voor zou zorgen dat we het goede doen. Neem het volgende voorbeeld: iemand houdt je voortdurend onder schot met een geladen geweer en vraagt je om een aalmoes. Natuurlijk geef je die aalmoes, maar heeft die nog morele waarde? Niet dus.

Besluit

We hebben hier een aantal mogelijke reacties besproken op de vraag naar het bestaan van het kwaad. Tenslotte zou de afwezigheid van alle kwaad of lijden wijzen op absolute perfectie, maar alleen God is absoluut volmaakt. Het leven op aarde kàn geen vlekkeloos paradijs zijn. Die toestand kan enkel worden verdiend door hen die de beproeving van het wereldse bestaan doorstaan.

Toon andere gerelateerde artikelen
Geen reacties meer mogelijk

Bekijk ook

Waarom dragen moslim vrouwen een hoofddoek?

De Hijab, of hoofddoek, gaat met alle aandacht lopen wanneer waarheid en leugen met elkaar…