Hoofdpagina Vragen Allah Hoe weten we of God bestaat

Hoe weten we of God bestaat

0
Hoe weten we of God bestaat

Natuurlijke toestand

Stel je voor dat je op een avond wordt gebeld door David, een vroegere klasgenoot die naast je zat tijdens de lessen wetenschap. Je hebt sinds jaren niets meer van hem gehoord, maar toch herinner je je meteen de eigenaardige vragen die hij je destijds stelde. Je vond hem wel fijn, maar je was niet bepaald een fan van zijn ideeën. Met tegenzin neem je het gesprek aan. Na een korte uitwisseling van beleefdheden, nodigt hij je uit voor een etentje. Je aanvaardt de uitnodiging half tegen je zin.

Tijdens het etentje vraagt hij: “Mag ik je iets vertellen?” Je antwoordt bevestigend en hij begint je iets uit te leggen dat je nooit eerder hebt gehoord: “Weet je, het verleden – zoals wat je gisteren hebt gedaan, vorig jaar en zelfs alles sinds je geboorte – is eigenlijk nooit echt gebeurd. Het is slechts een illusie in je hoofd. Dus is mijn vraag aan jou: Geloof jij dat het verleden bestaat?”

Rationeel als je bent, ben je het oneens met zijn stelling en je antwoordt: “Hoe kan je aantonen dat het verleden niet bestaat?”

Spoel het gesprek nu even terug en stel je voor dat je de hele tijd tijdens die maaltijd had geprobeerd te bewijzen dat het verleden iets is wat wèl echt is gebeurd.

Welk scenario verkies je?

De reden waarom je kiest voor het eerste scenario is omdat jij – net als de andere redelijke mensen – het bestaan van het verleden vanzelfsprekend vindt. Zoals voor alle vanzelfsprekende waarheden geldt dat de bewijslast, wanneer ze in vraag wordt gesteld, ligt bij degene die ze in twijfel trekt.

Laten we dit nu eens toepassen op de dialoog tussen een theïst en een atheïst.

Een theïst nodigt zijn atheïstische vriend uit voor een etentje en tijdens de maaltijd stelt de atheïst: “God bestaat niet, weet je. Er is geen bewijs voor zijn bestaan.” De theïst antwoordt met een spervuur van verschillende argumenten voor het bestaan van God. Maar heeft die theïst wel de juiste strategie gebruikt?

Zouden we niet beter, voor we Gods bestaan proberen bewijzen, onderzoeken waarom men het twijfelen aan het bestaan van God als de standaardvraag ziet? Het moet niet zijn: “Bestaat God?” maar veeleer: “Welke redenen hebben we om Zijn bestaan te ontkennen?”

Begrijp me niet verkeerd. Ik geloof dat we veel goede argumenten hebben voor het bestaan van God. Maar het punt dat ik hier wil maken is dat, als er geen argumenten tégen het bestaan van God te vinden zijn, het geloof in het Goddelijke het rationele uitgangspunt moet zijn. Anders zou het neerkomen op zonder reden twijfelen aan het bestaan van het verleden. Vanuit dit perspectief is atheïsme onnatuurlijk.

Vanzelfsprekende waarheden

We beschouwen heel wat geloofswaarheden als vanzelfsprekend. Dit betekent dat we dat geloof kunnen beschrijven als een natuurlijk geloof of standaard-waarheid. Enkele daarvan zijn:

  • De uniformiteit van de natuur
  • De wet van oorzaak en gevolg
  • Het verleden als een realiteit
  • De geldigheid van ons redeneren
  • Het bestaan van andere denkende geesten
  • Het bestaan van een wereld buiten onszelf

Wanneer iemand deze waarheden in twijfel trekt, erkennen we niet blindelings het besluit dat ze hebben gevormd. We zullen meestal antwoorden: “Welk bewijs heb je om dat te ontkennen?”

Deze waarheden zijn vanzelfsprekend omdat ze worden gekarakteriseerd door vier kenmerken. Ze zijn:

Universeel: Ze zijn niet het product van één specifieke cultuur, maar zijn cultuuroverstijgend.

Niet aangeleerd: Ze steunen niet op doorgegeven informatie. Ze werden niet verworven langs informatie buiten onze introspectie en zintuigen om. Met andere woorden, ze zijn niet aangeleerd door het verwerven van kennis.

Natuurlijk: Ze zijn ontstaan door het natuurlijk functioneren van de menselijke geest.

Intuïtief: Het is de makkelijkste en eenvoudigste interpretatie van de wereld.

God, een vanzelfsprekende waarheid

Net als het geloof dat het verleden ooit het heden was, is ook het bestaan van God een vanzelfsprekende waarheid. Wat hier met “God” wordt bedoeld, is het basisconcept van een schepper, van een niet-menselijke persoonlijke oorzaak of ontwerper. Het verwijst niet naar een specifiek godsdienstig concept van een godheid of God. De discussie die volgt verklaart waarom het geloof in dit basisidee van God universeel, niet aangeleerd, natuurlijk en intuïtief is.

Universeel

De onderliggende idee van een schepper, of van een bovennatuurlijke oorzaak voor het universum, is cultuuroverschrijdend. Ze is niet afhankelijk van een cultuur, maar overstijgt ze, zoals het geloof in het oorzakelijk verband en in het bestaan van andere denkende wezens. De idee dat andere mensen ook een verstand hebben, bijvoorbeeld, bestaat in alle culturen. Het is iets waarvan de meeste rationele mensen overtuigd zijn. Het bestaan van God of van een bovennatuurlijke oorzaak is een universeel geloof en niet het product van een bepaalde cultuur. Er bestaan verschillende opvattingen over God in verschillende culturen, maar dit doet niets af van de basisidee van een schepper of niet-menselijke persoonlijke oorzaak.

Ondanks het aantal atheïsten in de wereld is het geloof in God universeel. Dat een overtuiging universeel is, betekent niet dat iedere en elke persoon van de planeet erin gelooft. Een cultuuroverschrijdende consensus volstaat als bewijs om te stellen dat mensen universeel in het bestaan van God geloven. Uiteraard zijn er meer theïsten dan atheïsten in de wereld en dit was al zo sinds het begin van de geschiedschrijving.

Niet aangeleerd

Vanzelfsprekende waarheden hoeven niet aangeleerd of onderwezen te worden. Opdat ik bijvoorbeeld zou weten wat spaghetti is, heb ik informatie nodig over de westerse keuken en de Italiaanse cultuur. Ik kan niet weten wat spaghetti is door er alleen maar over na te denken. Daarentegen heb je geen informatie nodig, noch uit cultuur, noch uit opvoeding, om te weten dat er een schepper is. Dit kan de reden zijn waarom sociologen en antropologen beweren dat zelfs wanneer atheïstische kinderen op een onbewoond eiland zouden belanden, ze toch tot het geloof zouden komen dat iets het eiland heeft geschapen. De manier waarop we over God denken kan verschillen, maar het onderliggende geloof in een oorzaak of schepper steunt op onze eigen overwegingen.

Sommige atheïsten roepen: “God is niets anders dan geloven in het spaghettimonster.” Dit bezwaar is duidelijk fout. Vanzelfsprekende waarheden hebben geen nood aan externe informatie. De idee dat monsters bestaan, of zelfs maar dat spaghetti bestaat, vereist een overdracht van informatie. Niemand verwerft kennis over monsters of spaghetti door zijn eigen intuïtie of introspectie. Daarom is het spaghettimonster geen vanzelfsprekende waarheid en kan het dus niet worden vergeleken met God.

Natuurlijk

Geloof in een of andere bovennatuurlijke ontwerper of oorzaak komt voort uit het natuurlijk functioneren van de menselijke geest. Het concept van Gods vanzelfsprekende bestaan heeft het onderwerp uitgemaakt van discussies onder geleerden in de Islamitische intellectuele traditie. De klassieke geleerde Ibn Taymiyyah legt uit dat “de bevestiging van een Maker diep geworteld is in de harten van alle mensen… het hoort tot de bindende benodigdheden voor hun schepping…” Net als het Islamitische standpunt, ondersteunt een schat aan onderzoeksgegevens uit verschillende specialisaties de conclusie dat het de bedoeling is dat we deze wereld zien als geschapen en gepland.

Psychologisch bewijs

De academica Olivera Petrovich deed onderzoek naar de oorsprong van natuurlijke zaken, zoals planten en dieren. Ze stelde vast dat kleuters zowat zeven keer meer dan volwassenen geneigd zijn te zeggen dat God hen heeft geschapen. In haar populaire interviews komt Petrovich tot de conclusie dat het geloof in een niet-antropomorfische God natuurlijk is en dat atheïsme een verworven cognitieve stellingname is.

Sociologische en antropologische bewijzen

De research van Professor Justin Barrett in zijn boek “Born believers: the science of children’s religious belief (Geboren gelovigen: de wetenschap van het religieuze geloof van kinderen)” keek naar het gedrag en de beweringen van kinderen. Hij kwam tot de conclusie dat de kinderen geloofden in wat hij “natuurlijke religie” noemde. Dat is de idee dat er een persoonlijk Wezen is dat het hele universum heeft geschapen. Dat Wezen kon geen mens zijn – het moet goddelijk zijn, bovennatuurlijk:

“Wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkelende geest van kinderen en bovennatuurlijk geloof suggereert dat kinderen normaal en snel een geest ontwikkelen die het geloof in het bovennatuurlijke mogelijk maakt. Vooral in het eerste jaar na de geboorte maken kinderen het onderscheid tussen bemiddelaars en niet-bemiddelaars, waarbij ze begrijpen dat bemiddelaars in staat zijn zich doelbewust te verplaatsen om doelstellingen na te streven. Zij willen graag bemiddeling om zich heen ontdekken, ook als er weinig bewijs voor is. Niet lang na hun eerste verjaardag blijken baby’s te begrijpen dat het de bemiddelaars zijn, en niet natuurlijke krachten of gewone voorwerpen, die orde uit wanorde kunnen scheppen… Door deze neiging om functie en doel te zien, gepaard met het inzicht dat doel en orde voortkomen van verstandige wezens, wordt het meer waarschijnlijk dat kinderen natuurlijke fenomenen als opzettelijk geschapen gaan zien. Wie is de Schepper? Kinderen weten dat mensen geen goede kandidaten zijn. Het moet een god zijn geweest… kinderen worden geboren als gelovigen in wat ik de natuurlijke religie noem…”

Intuïtief

Het bestaan van een schepper is de meest intuïtieve interpretatie van de wereld. Het is makkelijk te begrijpen zonder expliciet onderricht. Mensen hebben een gemeenschappelijk kenmerk dat ze voortdurend oorzaken toekennen aan de dingen, en de hele kosmos is een van die dingen. Niet alle intuïties zijn juist, maar er is bewijs nodig om iemand te laten afstappen van zijn initiële intuïtie over iets. Wanneer iemand bijvoorbeeld ontwerp en orde waarneemt in het universum, dan is het intuïtieve besluit dat er een ontwerper is. Om die persoon van gedacht te laten veranderen, is er geldig bewijs nodig die deze contra-intuïtieve mening rechtvaardigt.

Het geloof in een God, schepper, ontwerper of bovennatuurlijke oorzaak is een vanzelfsprekende waarheid. Het is universeel, niet aangeleerd, natuurlijk en intuïtief. Dan is de juiste vraag die we moeten stellen niet meer “Bestaat God?” De juiste vraag hoort te zijn: “Waarom ontken je het bestaan van God?” De bewijslast ligt bij degene die een vanzelfsprekende waarheid in twijfel trekt. Wanneer iemand beweert dat het verleden een illusie is of dat andere mensen geen verstand hebben, dan zou hij of zij daarvoor de bewijslast dragen. Het is niet anders met atheïsten. Zij moeten hun ontkenning van een oorzaak of een schepper van het universum rechtvaardigen.

De aangeboren aanleg: Fitrah

God als vanzelfsprekende waarheid vinden we in het Islamitische theologische concept terug in wat in het Arabisch de Fitrah wordt genoemd. Theologisch gezien is de Fitrah de natuurlijke toestand of aanleg van de mens, die door God werd geschapen met een aangeboren kennis van Hem en met de neiging het goddelijke te vereren.

Dit is gebaseerd op de authentieke uitspraak van Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zijn met hem) die verklaart:

“Elk kind wordt geboren in een staat van Fitrah. Daarna maken zijn ouders hem tot een Jood, een Christen of een Magiër…”

Deze overlevering van de Profeet ﷺ leert ons dat elke mens over deze aangeboren aanleg beschikt, maar dat externe invloeden zoals ouders – en bij uitbreiding de samenleving – de mens veranderen in iets wat niet op de aangeboren kennis van God steunt.

Ondanks het feit dat de Fitrah een natuurlijke toestand is, kan ze worden “versluierd” of “verbrod” door externe invloeden. Deze invloed kan, zoals vernoemd in de overlevering hierboven, komen van de ouders, de samenleving en groepsdruk. Deze invloeden kunnen de Fitrah overschaduwen en vermijden dat ze de waarheid erkent. Wanneer deze natuurlijke toestand wordt verdoezeld door andere invloeden kan die persoon andere bewijzen nodig hebben voor het bestaan van God.

Vanuit het perspectief van de Islamitische kennisleer is het belangrijk te weten dat de overtuiging van Gods bestaan niet alleen wordt afgeleid uit een of ander inductief, deductief, filosofisch of wetenschappelijk bewijs. Dit bewijs wekt daarentegen de Fitrah en verdrijft haar sluiers, zodat ze haar aangeboren kennis van God kan erkennen. De Fitrah weet al dat God bestaat en dat Hij onze aanbidding waardig is. De Fitrah kan echter worden overschaduwd door sociale omgang of andere externe invloeden. Daarom is het de rol van rationele argumenten om ons te “herinneren” aan de waarheid die we eigenlijk al kennen.

Stel je voor, om dit punt te illustreren, dat ik de loft van mijn moeder opruim. Terwijl ik met zakken zeul en oude ongewenste spullen weggooi, vind ik mijn lievelingsspeeltje terug waarmee ik als kind van 5 speelde. Wat er op dat moment met mij gebeurt, is dat ik word herinnerd aan iets wat ik al wist. Ik denk bij mezelf: “Goh ja. Ik herinner me dat speeltje. Het was mijn favoriet.”

Het is niet anders met de waarheid van het geloof in God en van het feit dat Hij onze aanbidding waardig is. Rationele argumenten functioneren als geestelijke en intellectuele wekkers, om ons bewust te maken van de kennis die al in onze Fitrah vervat ligt.

Andere manieren om de Fitrah te onthullen zijn introspectie, spirituele ervaringen, reflectie en bezinning. De Koran moedigt ons aan om vragen te stellen en diep over de dingen na te denken:

“Zo zetten Wij de Tekenen uiteen aan een volk dat nadenkt.” [Edele Koran 10:24]

“Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat nadenkt.” [Edele Koran 45:13]

De Islamitische kennisleer beschouwt rationele argumenten als middelen, niet als doel. Daarom is het zo belangrijk op te merken dat leiding enkel van God komt en dat geen enkele hoeveelheid rationeel bewijs op zich volstaat om iemands hart van de waarheid van de Islam te overtuigen. God maakt dit heel duidelijk:

“Voorwaar, jij kunt degenen die jij liefhebt geen leiding geven. Maar Allah leidt wie Hij wil. En Hij kent degenen die Leiding volgen het best.” [Edele Koran 28:56]

Leiding is een spirituele aangelegenheid, die steunt op Gods genade, kennis en wijsheid. Als God wil dat iemand leiding ontvangt uit rationele argumenten, dan zal niets die persoon ervan weerhouden om de waarheid te erkennen. Wanneer God echter – op grond van Zijn Goddelijke wijsheid – beslist dat iemand geen leiding verdient, dan zal die persoon nooit de waarheid erkennen, al worden hem (of haar) nog zoveel overtuigende argumenten voorgelegd.

We besluiten hieruit dat het geloof in Gods bestaan een vanzelfsprekende waarheid is. Zoals met alle vanzelfsprekendheden ligt de bewijslast van het tegendeel bij degene die dat tegendeel beweert. De enige manier om het geloof in God te ondermijnen is het aanbrengen van positieve bewijzen voor het niet-bestaan van God. De weinige argumenten van de atheïsten tegen het bestaan van God zijn echter zwak en filosofisch gezien oppervlakkig. De vanzelfsprekende waarheid van God werd 1400 jaar geleden reeds in de Quran behandeld:

“Is er twijfel over Allah, de Schepper van de hemel en de aarde?” [Edele Koran 14:10]

Redenen om te geloven

Stel je voor dat je op een morgen wakker wordt en naar de keuken loopt om het ontbijt te maken. Wanneer je bij de keukentafel komt, zie je daar twee toasts liggen, belegd met je favoriete chocopasta. De pasta is echter zo gesmeerd dat er staat: “Ik hou van jou.” Je bent verrast, maar waarom? Denk je dat die toastjes zich in hun eentje op dat bord zijn gaan neervlijen en dat de chocopasta zich in die vorm heeft uitgesmeerd – gewoon heel toevallig? Of veronderstel je dat je geliefde die dag wat vroeger is opgestaan om je deze verrassing te bereiden? Elke rationele mens op deze planeet zal ontkennen dat dit zomaar is gebeurd, zonder opzet of oorzaak. Puur toeval volstaat hier niet als verklaring.

Het universum is niet anders. Het is een geordende en precieze kosmische architectuur, die verwijst naar een doelbewust ontwerp. Het universum beschikt over de juiste natuurwetten om het bestaan van leven mogelijk te maken en is op een specifieke manier geordend, zodat mensen erin kunnen gedijen. Als die wetten anders waren, of als het universum niet bestond uit die levensnoodzakelijke schikking van sterren, planeten en andere fysieke elementen van verschillende grootte, dan zou je nu dit boek niet kunnen lezen. Er zou gewoon geen menselijk leven zijn.

Denk eens na over deze analogie: Stel je voor dat je een astronaut bent. Je werkt voor de NASA. We zijn in het jaar 2070 en je zult de eerste mens zijn om in een ander melkwegstelsel een planeet te bezoeken die lijkt op de aarde. Het is jouw opdracht om op zoek te gaan naar leven. Uiteindelijk land je en zodra je uit je ruimteschip stapt zie je niets anders dan rotsen. Maar wanneer je verder reist, kom je uiteindelijk bij een enorme serre. Je ziet daarbinnen mensachtige wezens die rondlopen, eten, spelen, werken en normale productieve levens leiden. Je ziet ook planten, bomen en andere vegetatie. Wanneer je het gebouw nadert, komen vriendelijke ambassadeurs je tegemoet. Ze nodigen je uit om binnen te komen. Tijdens je eerste ontmoeting met deze “buitenaardse wezens” vertellen ze je dat deze structuur het juiste zuurstofniveau bevat. Ze beschikt ook over de gepaste hoeveelheden water en chemische verbindingen om de productie van voedsel en levensmiddelen mogelijk te maken. Verbaasd door wat je allemaal hoort, vraag je hen hoe ze erin zijn geslaagd een volledig operationeel ecologisch systeem te ontwikkelen dat leven mogelijk maakt. Een van de ambassadeurs antwoordt: “Dat is toevallig gebeurd.”

Meteen begrijpt je verstand de gevolgen van zo’n belachelijke uitspraak. De enig mogelijke uitleg voor die structuur is dat ze door een intelligent wezen werd ontworpen, niet door een of ander willekeurig proces. Terwijl die gedachten door je hoofd spelen onderbreekt een andere ambassadeur het gesprek en zegt: “Hij maakt maar een grapje.” En iedereen lacht. Als een kleine ecologische structuur op een rotsachtige planeet al het besluit oproept dat ze moet zijn ontworpen, wat moeten we dan denken over het hele universum?

Het universum, en alles wat zich erin bevindt, gehoorzaamt aan natuurwetten. Als deze wetten anders waren geweest, zou er geen complex bewust leven mogelijk zijn. Het universum telt miljarden sterren en sterrenstelsels. Die stelsels bevatten ontelbaar veel planeten. Een van die planeten is onze thuis, de Aarde. Onze planeet bevat triljoenen bewuste wezens, schepselen zoals wij, die kunnen denken, plannen en bezinnen.

Het onontkomelijke besluit van dit alles is heel eenvoudig, maar diep: achter dit ontwerp moet een schepper zitten.

Alles rondom ons verwijst naar God. Nadenken over deze schepping moet een immens gevoel van ontzag en dankbaarheid tegenover God opwekken.

“Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker Tekenen voor bezitters van begrip.“ [Edele Koran 3:190]

Toon andere gerelateerde artikelen
Geen reacties meer mogelijk

Bekijk ook

De atmosfeer valt op de aarde!

Weet jij hoe zwaar de ruimte weegt? Kan ze op de aarde vallen? Wat houdt haar stabiel en v…